De kruk hoogte maakt alles uit!

Je wist het misschien nog niet, maar de manier waarop je achter de piano zit beïnvloedt zowel je lichaam als je spel! 

Piano spelen (of andere instrument bespelen en zelfs zingen!) is gebaseerd op spiergeheugen. Als je op bepaalde manier  achter de piano zit  (denk aan je arm positie, been positie en derg.) train je precies die spieren die in die positie actief zijn. Ook ontspanning van bepaalde spieren is belangrijk en daar is dus ook bepaalde houding geschikter voor dan andere.
Denk dan aan hoe ver je van piano verwijderd bent en ook hoe hoog of laag je zit. Elke keer als je iets aanpast wat hoogte en/of afstand van piano betreft zal je net een ander gevoel in je lichaam, en vooral je armen/handen hebben en je spel zal zelfs anders klinken! 

Een goed voorbeeld van hoe je zithouding je spel kan beïnvloeden is als we kijken naar de beroemde pianist en een van de meest interessante Bach vertolkers-Glenn Gould.  

Glenn Gould en zijn pianostoel

Glenn Gould (1932–1982) was een Canadese pianist die vooral bekend werd door zijn verbluffend heldere, bijna architectonische vertolkingen van Bach, met als icoon zijn twee opnames van de Goldberg Variaties. Hij speelde extreem precies, met ongelooflijke polyfone helderheid, en hij was berucht om zijn eigenzinnigheid: hij neuriede mee tijdens het spelen, was allergisch voor concertzalen en stopte al op zijn begin dertigste met live optreden om zich volledig op studio-opnames te richten.

Glenn Gould is niet alleen beroemd om zijn eigenzinnige vertolking van Bach, maar ook voor zijn manier waarop hij achter de piano zat! 

Maar één van zijn meest opvallende “quirks” was dus geen geluid, maar een object: zijn stoel.

Als kind raakte Gould gewond bij een val waardoor hij rugklachten kreeg. In die periode bouwde zijn vader een speciale, verstelbare stoel voor hem, zodat hij toch comfortabel en stabiel kon spelen. Dat was geen luxe designstoel, maar een eenvoudige houten klapstoel die in 1953 flink werd verbouwd: de poten werden korter gezaagd en er kwamen verstelbare stukjes onder, zodat je zowel de hoogte als de hoek precies kon instellen.

Het resultaat: een stoel die veel lager stond dan wat wij “normaal” vinden. Gould bleef diezelfde stoel de rest van zijn carrière gebruiken. In zalen waar de piano hoger stond, werd de vleugel desnoods op houten blokken gezet, maar de stoel bleef. Toen de bekleding eraf was gesleten en alleen nog wat stofflarden over waren, zat hij er nog steeds op. Na zijn dood is de stoel letterlijk in een vitrine beland bij Library and Archives Canada.

Waarom zo laag zitten?

Dat lage zitten was geen toeval. Het paste precies bij een technische benadering die hij leerde van zijn docent Alberto Guerrero. Guerrero liet hem werken aan een techniek waarbij je de toetsen niet “van bovenaf slaat”, maar als het ware naar beneden trekt. Gould zat zo laag dat zijn armen relatief naar beneden gericht waren. Dat maakte het makkelijker om:

-dicht op de toetsen te blijven
-vanuit de vingers en hand te spelen in plaats van met grote armgebaren
-de toets volledig tot de bodem te brengen met veel controle over de aanslag

Guerrero werkte met hem aan technieken als “finger tapping”: de vingers afzonderlijk trainen om onafhankelijk en licht te bewegen, bijna losgekoppeld van de grotere armspieren. Dat resulteerde in een spel dat razendsnel, helder en ongelooflijk precies was in polyfone muziek.

Wat verandert er aan zijn spel door die houding?

Vergelijk in je hoofd twee pianisten:
Pianist A zit op “conservatoriumhoogte”: onderarmen ongeveer horizontaal, schouders vrij, misschien iets boven de toetsen.
-Glenn Gould zit zo laag dat zijn knieën bijna hoger zijn dan de bank, zijn borstkas vlak boven de toetsen hangt, en zijn armen schuin omhoog naar het klavier lopen.

Wat doet dat met het spel?

1. Klank en articulatie

Door zijn lage houding en het dicht op de toetsen blijven kreeg Gould:
-een extreem directe aanslag, bijna zonder “lucht” tussen vinger en toets
-een heel precies gecontroleerde non-legato en staccato
-ongebruikelijk heldere stemmen in polyfone muziek, omdat hij per vinger en per stem kon “micromanagen”

Dat werkte fantastisch voor Bach en andere barok en klassieke muziek waarin articulatie en stemvoering belangrijker zijn dan klankvolume.
Voor grote romantische stukken, waar veel gewicht, breed legato en diepe klankprojectie belangrijk zijn, is zo’n lage, compacte houding veel minder ideaal. Niet voor niets klinken sommige romantische opnames van Gould bijna te analytisch en soms droog.

2. Spierspanning en beweging

Zijn lage stoel zorgde ervoor dat:
-zijn schouders vaak iets naar voren “hingen”
-de beweging meer uit vingers en handen kwam dan uit de hele arm
-hij nauwelijks grote verticale armbewegingen maakte

Dat gaf hem enorm veel controle, maar waarschijnlijk ook nodeloze spanning op andere plekken van zijn lichaam. Dat hij veel lichamelijke klachten had en heel gevoelig was voor temperatuur en fysieke belasting, is geen toeval.

Moet jij dan ook op een kapotte stoel gaan zitten? 

Kort antwoord: nee. 🙂

Glenn Gould is een mooi voorbeeld van hoe nauw houding en techniek met elkaar verbonden zijn. Hij heeft zijn lichaam, zijn stoel en zijn techniek zo afgestemd dat ze precies deden wat hij muzikaal wilde. Dat is de les.

Een paar ideeën om mee te experimenteren:

1. Speel met bankhoogte

Neem drie hoogtes:
– Je normale zithoogte
– Iets lager dan normaal
– Iets hoger dan normaal

Speel dezelfde passage (bijvoorbeeld een stukje Bach-inventie of een klassiek allegro) en let op:

-Hoe voelt de controle over de vingers?
-Hoe makkelijk kun je verschillende stemmen apart laten klinken?
-Waar voel je spanning na een paar minuten?

Je zult merken dat kleine hoogteverschillen een groot effect hebben op je spel.

2. Let op de richting van je armen

Bij Gould lopen de handen duidelijk naar beneden richting toetsen. Bij jou hoeft dat niet zo extreem, maar vraag jezelf af:
-Zijn mijn onderarmen hoger dan het klavier, lager, of ongeveer gelijk?
-Voelt het alsof ik van bovenaf “val” op de toetsen, of alsof ik gecontroleerd “draag” en begeleid?

Probeer eens te denken in termen van “de toets tot de bodem begeleiden” in plaats van “toets indrukken”. Dat idee, dat bij Gould centraal stond, kan je aanslag direct verfijnen.

3. Zoek balans tussen controle en vrijheid

Gould koos radicaal voor controle en precisie, soms ten koste van fysieke ontspanning. Jij hoeft niet zo extreem te kiezen.
Een praktische checklist:
-Kun je moeiteloos ademen terwijl je speelt?
-Zijn je schouders zwaar en ontspannen, niet opgetrokken?
-Kun je zonder moeite naar links en rechts schuiven op de kruk?
-Kun je in een grote crescendo meer armgewicht gebruiken zonder te verstijven?

Als het antwoord vaak “nee” is, dan helpt het om opnieuw te kijken naar je zithoogte, afstand tot de piano en de manier waarop je je armen gebruikt.

4. Maak je setup net zo persoonlijk als Gould deed

Gould had zijn stoel, zijn favoriete Steinway, zijn tapijtje onder de voeten, zijn specifieke temperatuur in de studio. Jij hoeft geen eigen museumcollectie te creëren, maar:

-Vind een bankhoogte die bij jouw lichaam past
-Zorg dat je altijd ongeveer dezelfde verhouding hebt tussen bank, piano en voeten
-Durf af te wijken van “zo hoort het” als je merkt dat iets anders beter werkt voor jouw lichaam , en muzikale doelen! 🙂

Glenn Gould is geen rolmodel om één op één te kopiëren, maar een extreem voorbeeld van iemand die zijn houding, techniek en muzikale ideaal tot in het absurde op elkaar afstemde. Zijn lage stoel is geen grappige anekdote, maar een reminder: hoe jij zit achter de piano bepaalt wat je vingers, je klank en je muzikale vrijheid kunnen doen.

Gebruik zijn verhaal als uitnodiging om nieuwsgierig te worden naar je eigen houding als je achter de piano zit.

“Hoe kan ik gaan zitten zoals ík moet zitten, zodat mijn muzikale ideeën maximaal tot leven komen?” 🙂